Het CPE gaat vooraf aan het CSE.
Voor het vak tekenen bestaat het centraal praktisch examen uit 1 opgave, waarbinnen de kandidaat keuzemogelijkheden heeft.
Voor het vak handenarbeid bestaat het centraal praktisch examen uit 1 opgave, waarbinnen de kandidaat keuzemogelijkheden heeft.
Voor het vak textiele werkvormen bestaat het centraal praktisch examen uit 1 opgave, waarbinnen de kandidaat keuzemogelijkheden heeft.
Voor het vak audiovisuele vormgeving bestaat het centraal praktisch examen uit 1 opgave, waarbinnen de kandidaat keuzemogelijkheden heeft.
De opgaven worden ingeleid aan de hand thema dat voor alle kandidaten in de beeldende disciplines gelijk is. Er is een duidelijke relatie tussen dat thema en het CSE. Het thema wordt aangeboden in de vorm van een katern.
In de uit te voeren opgave zal de kandidaat aandacht moeten besteden aan het proces van werken.
Het CPE wordt beoordeeld door de eigen docent. Een andere docent in een beeldend vak van de eigen school treedt op als tweede beoordelaar.
Het CPE wordt beoordeeld aan de hand van een beoordelingsinstructie.
Het proces van werken dient nadrukkelijk bij de beoordeling betrokken te worden.
De tijdsduur voor het CPE bedraagt 12 lesuren van 50 minuten, verdeeld over een periode van maximaal twee weken, of een andere indeling van in totaal 10 klokuren.
De opgave voor het CPE wordt de kandidaten aangeboden 2 weken voorafgaande aan het moment waarop het CPE van start mag gaan. Het CPE start 6 tot 4 weken voorafgaande aan het CSE.
Artikel 1
CPE
Onderdeel van Centraal examen beeldende vakken 2 voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) ingaande 2003· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2002