Naar hoofdinhoud

Artikel A

Lijfrenten; oud regime en overgangsregeling

Onderdeel van Vragen en antwoorden Brede herwaardering (derde tranche)· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 29 november 2001

Is het mogelijk een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule die onder de eerbiedigende werking van artikel 75, Wet IB 1964 valt, waarvoor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid is verleend in verband met bestaande arbeidsongeschiktheid met terugwerkende kracht te declausuleren? Onder declausulering wordt verstaan, dat de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule geheel of gedeeltelijk wordt omgezet in een kapitaalverzekering (zonder lijfrenteclausule). Van enige terugwerkende kracht kan geen sprake zijn. De declausulering vindt plaats op het tijdstip waarop ter zake van de declausulering wilsovereenstemming bestaat. Op het moment van declausulering dient de waarde in het economisch verkeer van de aanspraak, als afkoopwaarde van de kapitaalverzekering met lijfrenteclausule te worden belast. In deze waarde van de aanspraak is mede begrepen de waarde in het economische verkeer van het recht op de premievrijstelling (de actuarieel bepaalde contante waarde van de toekomstige premies). Bij een gedeeltelijke declausulering (of declausulering alleen voor de rechten uit de wegens arbeidsongeschiktheid door de verzekeraar overgenomen toekomstige premie) dient in de afkoopwaarde van het gedeclausuleerde deel van de verzekering de waarde in het economisch verkeer van het recht op premievrijstelling te zijn opgenomen. Een premiebetalende kapitaalverzekering met lijfrenteclausule die onder de eerbiedigende werking van artikel 75, Wet IB 1964 valt, is gesloten tegen een premie van 1.500 US-dollars per jaar. De verzekeringnemer wil zijn kapitaalverzekering met lijfrenteclausule omzetten en premies gaan betalen in guldens. Tegen welke koers moet de omzetting plaatsvinden om het oude regime te kunnen behouden? De eerbiedigende werking blijft behouden als het bedrag van de premies van een op 15 oktober 1990 bestaande overeenkomst nadien niet wordt verhoogd (optieclausules buiten beschouwing gelaten). In dit geval gaat de eerbiedigende werking niet verloren als bij de omzetting het bedrag van de premies in guldens niet hoger is dan de premies in US-dollars omgerekend naar guldens tegen de dollarkoers van 15 oktober 1990, te weten f 1,72 (middenkoers). Art. 25, dertiende lid, Wet IB1964 biedt de mogelijkheid om een lijfrente zonder heffing van belasting om te zetten in een andere zodanige lijfrente. Is het ook mogelijk om de afkoopsom van een afgekochte kapitaalverzekering met lijfrenteclausule, die onder de eerbiedigende werking valt, te gebruiken voor de aankoop van een lijfrente als bedoeld in art. 45, eerste lid, onderdeel g, onder 1e tot en met 5e, Wet IB 1964? Ja, op basis van het Besluit van 31 juli 1995, DB95/1106M, is het ook mogelijk de afkoopsom van een eenmaal afgekochte lijfrente die onder de eerbiedigende werking valt en waarvoor geopteerd is dan wel geopteerd wordt voor de toepassing van het nieuwe regime, in het jaar van afkoop te benutten voor de aankoop van een lijfrente als bedoeld in art. 45, eerste lid, onderdeel g, onder 1e tot en met 5e, Wet IB 1964. Het is namelijk sinds 31 juli 1995 op grond van het genoemde besluit niet meer vereist dat de uitbetaling van de afkoopsom tegen de wil van belastingplichtige heeft plaats gevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel