Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9 › § 1

Artikel 9.3

Ontheffingen

Onderdeel van Vissersvaartuigenbesluit 2002· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 20 februari 2002

1. Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie kan gedeeltelijke of voorwaardelijke ontheffing verlenen van de eisen, gesteld bij of krachtens de artikelen 9.6 tot en met 9.10 en 9.14, zevende lid, indien: voldaan wordt aan artikel 9.4, en de algemene doelmatigheid van de dienstverlening ten behoeve van de veiligheid van alle vaartuigen niet in het geding komt. 2. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kan uitsluitend worden verleend: indien de omstandigheden met betrekking tot de veiligheid zodanig zijn dat de volledige toepassing van de artikelen 9.6 tot en met 9.10 en 9.14, zevende lid, onredelijk of onnodig is, of in uitzonderlijke omstandigheden, voor een eenmalige reis buiten het zeegebied of de zeegebieden waarvoor het vaartuig is uitgerust. 3. Zo spoedig mogelijk na 1 januari van elk jaar zendt het Hoofd van de Scheepvaartinspectie een rapport aan de IMO betreffende alle ontheffingen die gedurende het afgelopen kalenderjaar op grond van het eerste en tweede lid zijn afgegeven, met vermelding van de gronden voor die ontheffingen. Het bepaalde in artikel 6.14, zesde lid, en artikel 6.15, eerste lid, tweede volzin, en vierde lid, voor vissersvaartuigen, gebouwd voor 23 november 1995, treedt in werking met ingang van 23 november 2002.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel