Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Kwalificatie EU-fellows onder belastingverdragen

Onderdeel van Belastingheffing van EU-fellows werkzaam bij Nederlandse universiteiten en woonachtig in/afkomstig uit een van de EU-landen/EER-landen of een aangewezen ander land· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2002

De hooglerarenbepaling (art. 20) is alleen van toepassing als er sprake is van het geven van onderwijs. Aangezien dit besluit alleen ziet op de onder de categorieën 1 en 2 vallende EU-fellows en er voorts van is uitgegaan dat er geen sprake is van het geven van onderwijs (zie punt 3.1), komt met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit België aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). In afwijking van het vorenstaande komt aan België op grond van artikel 15, § 3, 1*, het heffingsrecht over de vergoeding toe indien de EU-fellow uit België de hoedanigheid van grensarbeider bezit. In dit verband wordt nog verwezen naar de aanschrijving van 27 februari 1991, nr. IFZ90/2122, en de aanschrijving van 21 mei 1992, nr. IFZ92/715 (boekwerk IFZ nr. 275.00.28 respectievelijk nr. 275.00.39), en naar de aanschrijving van 7 december 1998, nr. IFZ98/1341M (Infobulletin nr. 99/10). De hooglerarenbepaling (art. 18), zoals opgenomen in het oude verdrag van 1957 (van toepassing tot het belastingjaar 1999), is alleen van toepassing als er sprake is van het geven van onderwijs. Aangezien dit besluit alleen ziet op de onder de categorieën 1 en 2 vallende EU-fellows en er voorts van is uitgegaan dat er geen sprake is van het geven van onderwijs (zie punt 3.1), komt met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Denemarken aan Nederland voor de belastingjaren vóór 1999 het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 14 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 15 (overheidsartikel). Het nieuwe verdrag van 1996, dat van toepassing is vanaf belastingjaar 1999, kent geen hooglerarenartikel. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Denemarken komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). De hooglerarenbepaling (art. 17) is alleen van toepassing als er sprake is van het geven van onderwijs. Aangezien dit besluit alleen ziet op de onder de categorieën 1 en 2 vallende EU-fellows en er voorts van is uitgegaan dat er geen sprake is van het geven van onderwijs (zie punt 3.1), komt met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit de BRD aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 10 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 11 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 21), zoals opgenomen in het oude verdrag van 1970 (van toepassing tot het belastingjaar 1998), zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Finland die de hoedanigheid van hoogleraar of wetenschappelijk docent bezitten gedurende ten hoogste twee jaar in Nederland niet belastbaar. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner van Finland blijft. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 21 voldoen, komt aan Nederland voor de belastingjaren vóór 1998 het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 16 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 20 (overheidsartikel). Het nieuwe verdrag van 1995, dat van toepassing is vanaf belastingjaar 1998, kent geen hooglerarenartikel. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Finland komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Frankrijk gedurende ten hoogste twee jaar in Nederland niet belastbaar. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner van Frankrijk blijft. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). De hooglerarenbepaling (art. 21) is alleen van toepassing als er sprake is van het geven van onderwijs. Aangezien dit besluit alleen ziet op de onder de categorieën 1 en 2 vallende EU-fellows en er voorts van is uitgegaan dat er geen sprake is van het geven van onderwijs (zie punt 3.1), komt met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Griekenland aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 16 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 20 (overheidsartikel). Het verdrag Groot-Brittannië en Noord-Ierland kent geen hooglerarenartikel. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Groot-Brittannië en Noord-Ierland komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 27) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Ierland gedurende ten hoogste twee jaar in Nederland niet belastbaar. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland geen inwoner van Nederland wordt. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 27 voldoen, komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 14 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 18 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit IJsland gedurende ten hoogste twee jaar in Nederland niet belastbaar. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner van IJsland blijft. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Italië gedurende ten hoogste twee jaar in Nederland niet belastbaar. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland geen inwoner van Nederland wordt. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Het verdrag met Luxemburg kent geen hooglerarenartikel. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Luxemburg komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 16 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 20 (overheidsartikel). Het verdrag met Noorwegen kent geen hooglerarenartikel. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Noorwegen komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Het verdrag met Oostenrijk kent geen hooglerarenartikel. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Oostenrijk komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 16 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 20 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Portugal gedurende ten hoogste twee jaar in Nederland niet belastbaar. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner van Portugal blijft. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). De hooglerarenbepaling (art. 21) is alleen van toepassing als er sprake is van het geven van onderwijs. Aangezien dit besluit alleen ziet op de onder de categorieën 1 en 2 vallende EU-fellows en er voorts van is uitgegaan dat er geen sprake is van het geven van onderwijs (zie punt 3.1), komt met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Spanje aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 16 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 20 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Zweden gedurende ten hoogste twee jaar in Nederland niet belastbaar. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner van Zweden blijft en voorts dat hij op uitnodiging naar Nederland is gekomen. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Bulgarije gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner blijft van Bulgarije. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Estland gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar vanaf de datum van het eerste bezoek voor het wetenschappelijk onderzoek niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland geen inwoner van Nederland wordt. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Hongarije gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner blijft van Hongarije. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 22) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Israël gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner blijft van Israël. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 22 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 17 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 21 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Letland gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar vanaf de datum van het eerste bezoek voor het wetenschappelijk onderzoek niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland geen inwoner van Nederland wordt. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Litouwen gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar vanaf de datum van het eerste bezoek voor het wetenschappelijk onderzoek niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland geen inwoner van Nederland wordt. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 21) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Malta gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner blijft van Malta. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 21 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 16 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 20 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Polen gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner blijft van Polen. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). Op grond van de hooglerarenbepaling (art. 20) zijn de vergoedingen van EU-fellows uit Roemenië gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar niet belastbaar in Nederland. Wel is vereist dat de EU-fellow tijdens zijn verblijf in Nederland inwoner blijft van Roemenië. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows die niet aan de vereisten van artikel 20 voldoen, komt het heffingsrecht aan Nederland toe, hetzij op grond van artikel 15 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 19 (overheidsartikel). De hooglerarenbepaling (art. 21) is alleen van toepassing als er sprake is van het geven van onderwijs. Aangezien dit besluit alleen ziet op de onder de categorieën 1 en 2 vallende EU-fellows en er voorts van is uitgegaan dat er geen sprake is van het geven van onderwijs (zie punt 3.1), komt met betrekking tot de vergoeding genoten door de EU-fellows uit Slowakije aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 16 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 20 (overheidsartikel). De hooglerarenbepaling (art. 21) is alleen van toepassing als er sprake is van het geven van onderwijs. Aangezien dit besluit alleen ziet op de onder de categorieën 1 en 2 vallende EU-fellows en er voorts van is uitgegaan dat er geen sprake is van het geven van onderwijs (zie punt 3.1), komt met betrekking tot de vergoeding genoten door de EU-fellows uit Tsjechië aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 16 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 20 (overheidsartikel). Het verdrag kent geen hooglerarenartikel. Met betrekking tot de vergoeding genoten door EU-fellows uit Zwitserland komt aan Nederland het heffingsrecht toe, hetzij op grond van artikel 6 (arbeidsartikel), hetzij op grond van artikel 8 (overheidsartikel).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel