Naar hoofdinhoud

Artikel 4

: Verlenen jachtakte

Onderdeel van Circulaire Afgifte jachtakten Flora- en faunawet· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 24 mei 2002

Een jachtakte kan slechts worden verleend indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: de aanvrager heeft de leeftijd van achttien jaar bereikt; de aanvrager heeft genoegzaam aangetoond in de gelegenheid te zijn om met gebruikmaking van een geweer te jagen in een jachtveld, waarin hem het genot van de jacht overeenkomstig de artikelen 33 of 34 toekomt of waarin hem de uitoefening van dat genot overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens artikel 36 is toegestaan; de aanvrager heeft aangetoond met gunstig gevolg een door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij erkend jachtexamen te hebben afgelegd en de aanvrager heeft een geldig bewijs van verzekering als bedoeld in artikel 54, zesde lid, van de Flora- en faunawet overgelegd. Is aan de bovengenoemde voorwaarden voldaan dan heeft de aanvrager een redelijk belang bij het voorhanden hebben van de voor de jacht bestemde wapens en munitie van de categorie III, tenzij er andere redenen zijn om de jachtakte niet te verlenen in verband met 'vrees voor misbruik' gebaseerd op de Wet wapens en munitie en nader uitgewerkt in onderdeel B/4.3. van de Circulaire wapens en munitie. Bij de besluitvorming tot het al dan niet verlenen van een jachtakte wordt beoordeeld of er grond is om aan te nemen dat de aanvrager van de bevoegdheid om te jagen, of , voorzover van toepassing, van de bevoegdheid om wapens of munitie voorhanden te hebben, misbruik zal maken of hierdoor een gevaar voor zichzelf, de openbare orde of de veiligheid kan gaan vormen of dat de aanvrager nalatig zal zijn te doen wat een goed jager betaamt bij de uitoefening van de jacht. Een jachtakte mag niet worden verleend als aan aanvrager de bevoegdheid om te jagen is ontzegd bij een rechterlijke uitspraak, welke voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, en de tijd, voor welke die bevoegdheid is ontzegd, nog niet is verstreken of als aanvrager in de twee jaren, voorafgaande aan het verzoek tot het verkrijgen van een jachtakte, wegens één der bij of krachtens de Flora- en faunawet strafbaar gestelde feiten, dan wel wegens een feit strafbaar gesteld bij de Wet op de dierenbescherming of de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren voorzover het gedragingen in hoofdstuk III van die wet, betreft, is veroordeeld of indien hij de vervolging deswege overeenkomstig de bepalingen van artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht heeft voorkomen. Teneinde te kunnen beoordelen of aanvrager de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, dient een geldig legitimatiebewijs te worden overgelegd. Aangetoond moet worden dat degene voor wie de jachtakte bestemd is in de gelegenheid is tot het jagen in een jachtveld dat voldoet aan de eisen als gesteld in de artikelen 10 en 11 van het Jachtbesluit. Het genot van de jacht met gebruikmaking van een geweer mag alleen worden uitgeoefend in een jachtveld met een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 40 hectare per jachthouder waarop deze als zodanig bevoegd is te jagen en bovendien ten minste zoveel maal 40 hectare als er behalve de jachthouder zelf ook anderen bevoegd zijn te jagen uit hoofde van een schriftelijke toestemming als bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de wet (uitoefenen van de jacht buiten gezelschap van de jachthouder). De cumulatieve eis van 40 hectare geldt niet voor jachtopzichters, noch voor personen die het genot van de jacht in gezelschap van de jachthouder uitoefenen. De berekening van de oppervlakte van een jachtveld is nader uitgewerkt in de artikelen 10 en 11 van het Jachtbesluit. Aanvrager dient aan te geven waar het jachtveld dat zal worden bejaagd is gelegen en dient aan te tonen dat het jachtveld voldoet aan de hierboven omschreven eisen. Bovendien dient aanvrager aan te geven uit hoofde waarvan de gelegenheid tot jagen bestaat. Men kan gerechtigd zijn tot het genot van de jacht op grond van de artikelen 33 of 34 van de Flora- en faunawet, als: eigenaar van de grond; erfpachter, vruchtgebruiker, beklemde meier of pachter; huurder of wederhuurder. De gelegenheid tot jagen kan ook bestaan uit hoofde van een toestemming van de jachthouder op grond van artikel 36 Flora- en faunawet: toestemming van de jachthouder om het genot van de jacht in diens gezelschap uit te oefenen of schriftelijke en gedagtekende toestemming van de jachthouder om het genot van de jacht buiten diens gezelschap uit te oefenen. Op grond van stukken en bescheiden dient te worden aangetoond uit welke hoofde het genot van de jacht zal worden uitgeoefend. Aanvrager dient aan te tonen dat met gunstig gevolg een door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op grond van de Flora- en faunawet erkend jachtexamen voor de jacht met het geweer is afgelegd. Dit kan door het overleggen van een kopie van het examenbewijs. Op grond van de Flora- en faunawet geldt een overgangsregeling voor personen die vanaf 1 januari 1977 in enig jaar een jachtakte als bedoeld in de Jachtwet is uitgereikt. Aanvrager dient aan te geven in welk jaar, onder welk nummer en door welk bestuursorgaan de jachtakte in het verleden is verleend. Voor het verlenen van een zogenaamde logeerakte geldt de eis van een door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op grond van de Flora- en faunawet erkend jachtexamen niet. Aanvragers dienen echter wel aan te tonen gerechtigd te zijn om te jagen in het land waarin hij zijn woon- of verblijfplaats heeft. De Flora- en faunawet stelt als eis dat degene die met een geweer jaagt, gehouden is ervoor zorg te dragen dat zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade waartoe het verrichten van die handelingen met gebruikmaking van een geweer aanleiding kan geven door een verzekering is gedekt. Een kopie van het verzekeringsbewijs dient te worden overgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel