Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Uitvoeringswet EG-executieverordening

Onderdeel van Circulaire Inwerkingtreding EG-Insolventieverordening· Insolventierecht

Deze tekst geldt sinds 27 augustus 2002

Beslissingen inzake het verloop en de beëindiging van een insolventieprocedure van een rechter wiens beslissing tot opening van de insolventieprocedure krachtens artikel 16 van de verordening is erkend, alsmede een door die rechter bevestigd akkoord, worden zonder verdere formaliteiten erkend (artikel 25, eerste lid, eerste zin, van de verordening). Die beslissingen worden ingevolge de tweede zin van artikel 25, eerste lid, van de verordening, ten uitvoer gelegd overeenkomstig de artikelen 31 tot en met 51 (met uitzondering van artikel 34, lid 2) van het Verdrag van Brussel betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (EEX-verdrag). Hetzelfde geldt voor de beslissingen, genoemd in de tweede en derde alinea van artikel 25, eerste lid, van de verordening: beslissingen die rechtstreeks voortvloeien uit de insolventieprocedure en daar nauw op aansluiten, alsmede beslissingen betreffende na het verzoek tot opening van een insolventieprocedure genoemen conservatoire maatregelen. Ingevolge artikel 68 van de Verordening (EG) Nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de zogenoemde EG-executieverordening), komt de EG-executieverordening in de betrekkingen tussen de lidstaten (met uitzondering van Denemarken) in de plaats van het EEX-verdrag en geldt elke verwijzing naar dat verdrag als een verwijzing naar de EG-executieverordening. Die verordening voorziet onder meer in een regeling voor het verkrijgen van verlof tot tenuitvoerlegging, waarvoor in de Nederlandse wetgeving uitvoeringsbepalingen zijn voorzien in het bij koninklijke boodschap van 14 maart 2002 ingediende voorstel van wet 28 263 houdende de Uitvoeringswet EG-executieverordening. Totdat dat wetsvoorstel tot wet is verheven, zal men zich bij de exequaturverlening kunnen richten naar de circulaire die daarover is gepubliceerd in de Staatscourant van 6 februari 2002, 26. Gevolg zal worden gegeven aan het advies van de Staatscommissie om de uitvoering van artikel 25 van de EG-insolventieverordening naadloos te laten aansluiten bij de uitvoering van de sinds 1 maart 2002 in werking getreden EG-executieverordening (EG Nr. 44/2001; PbEG L 12). Wel zal in het wetsvoorstel de van overeenkomstige toepassing verklaring worden beperkt tot beslissingen, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de insolventieverordening. Voor andere beslissingen dan die bedoeld in artikel 25, eerste lid, bepaalt de insolventieverordening dat de erkenning en tenuitvoerlegging daarvan wordt beheerst door het EEX-verdrag (waarvoor gelezen kan worden: de EG-executieverordening), voorzover dat verdrag van toepassing is (artikel 25, tweede lid). Hoewel het slot van genoemde bepaling niet geheel duidelijk is, brengt de toepasselijkheid van de EG-executieverordening op die beslissingen mee dat daarop ook de Uitvoeringswet EG-executieverordening rechtstreeks van toepassing zal zijn. Derhalve verdient het aanbeveling om ook thans voor de exequaturverlening op beslissingen waarop de insolventieverordening van toepassing is, aan te sluiten bij hetgeen geldt voor beslissingen waarop de executieverordening van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel