Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › § 3.1

Artikel 3.1.2

Artikel 3.1.2

Onderdeel van Luchthavenverkeerbesluit Schiphol· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 20 februari 2003

1. Bij de nadering van een straalvliegtuig van de luchthaven draagt de gezagvoerder er zorg voor dat het vliegtuig blijft binnen één van de luchtverkeerwegen voor zover voor het desbetreffende tijdvak, voor een nadering van de desbetreffende baan luchtverkeerwegen zijn aangewezen in bijlage 1 bij dit besluit. 2. Het eerste lid is niet van toepassing bij de nadering van de luchthaven van een straalvliegtuig dat afkomstig is van de luchthaven Lelystad, Valkenburg of Rotterdam. 3. Bij de nadering van een straalvliegtuig van de luchthaven buiten de in het eerste lid bedoelde gevallen, draagt de gezagvoerder er zorg voor dat de vlieghoogte van het vliegtuig blijft op of boven de in de navolgende tabel beschreven waarden. Minimum vlieghoogten Positie Periode Vlieghoogte Tot grens Schiphol TMA Gehele etmaal Vliegniveau 70 Van grens Schiphol TMA tot eindnadering Van 6 tot 23 uur 2000 voet Van 23 tot 6 uur 3000 voet 4. De gezagvoerder kan afwijken van het eerste en derde lid op grond van de gegeven luchtverkeersleiding. 5. De gezagvoerder kan afwijken van het eerste lid voor zover de technische voorzieningen van het vliegtuig onvoldoende zijn om aan dat lid gevolg te geven.

Rechtspraak bij dit artikel