Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Verruiming wettelijke termijn van twee naar drie jaar

Onderdeel van Instandhoudingsbeleid basisonderwijs· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 30 juli 2003

In het Gele Katern nummer 19 van 4 september 2002 heb ik informatie verstrekt over de voorgenomen indiening van een wetsvoorstel waarin de termijn voor de instandhouding van basisscholen die niet meer aan de geldende opheffingsnorm voldoen, wordt verruimd van twee jaar naar drie jaar. Inmiddels kan ik berichten dat het ingediende wetsvoorstel door de Tweede en de Eerste Kamer der Staten-Generaal is aangenomen en de wet in het Staatsblad is gepubliceerd (Stb. 2003, 226). Dit betekent dat onder meer artikel 153, van de Wet op het primair onderwijs als volgt wordt gewijzigd: In het eerste lid, eerste volzin, wordt ”gedurende 2 achtereenvolgende schooljaren of in het eerste en derde schooljaar van 3 achtereenvolgende schooljaren” vervangen door ”gedurende 3 achtereenvolgende schooljaren”. Ook artikel 158, eerste lid, eerste volzin van de wet wordt in die zin gewijzigd dat er alleen nog maar sprake is van de beëindiging van de bekostiging dan wel de opheffing van een nevenvestiging als de nevenvestiging gedurende drie achtereenvolgende schooljaren op de teldatum 1 oktober niet heeft voldaan of geacht wordt niet te hebben voldaan aan een van de voorwaarden genoemd onder a tot en met e van dat artikel. Anders dan in de bovengenoemde publicatie is vermeld is ook de regeling dat de aanspraak op bekostiging wordt beëindigd, respectievelijk een school moet worden opgeheven, als de school in het eerste en derde schooljaar van drie achtereenvolgende schooljaren niet aan de opheffingsnorm heeft voldaan, bij de voorliggende wetswijziging komen te vervallen. Een en ander geldt uiteraard ook voor de nevenvestigingen in het basisonderwijs. Met ingang van het schooljaar 2003 - 2004 zal voor de eerste maal worden uitgegaan van de gewijzigde wettelijke bepalingen. Dit betekent in de uitvoering het volgende. Voor 1 januari aanstaande zal er aan de schoolbesturen die basisscholen onder hun bestuur hebben en daarvoor in aanmerking komen, schriftelijk mededeling worden gedaan van het feit dat de betreffende basisschool gedurende drie achtereenvolgende schooljaren wordt bezocht door minder dan het wettelijk vereiste aantal leerlingen. Een en ander wordt, in dit geval, beoordeeld aan de hand van het aantal leerlingen op de school op 1 oktober 2001, 1 oktober 2002 en 1 oktober 2003. Alleen als het aantal leerlingen op alle drie de data minder bedraagt dan wettelijk vereist, zal het bestuur van die school een mededeling hieromtrent ontvangen. Uiteraard wordt bij het aantal leerlingen rekening gehouden met het opslagpercentage van 3%, zoals bedoeld in artikel 152 van de wet en wordt het aantal leerlingen getoetst aan de opheffingsnorm, die geldt voor het jaar waarin de vergelijking van norm en aantal leerlingen plaatsvindt. In dit kader wijs ik u er nog op dat er voor alle (delen van) gemeenten in Nederland nieuwe stichtings- en opheffingsnormen zijn gepubliceerd, die ingaan op 1 augustus 2003. Zie hiervoor het Gele Katern nummer 24 van 30 oktober 2002. Hoewel daartoe geen wettelijke verplichting bestaat geldt voor nevenvestigingen overigens ook dat het bevoegd gezag daarvan door mij jaarlijks voor 1 januari wordt aangeschreven, ongeacht het aantal leerlingen aan de nevenvestiging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel