Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën B en E bij B· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 30 september 2008

Tijdens het praktijkexamen dient de aanvrager blijk te geven in staat te zijn om in verkeerssituaties op veilige wijze: de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten; op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen; te rijden op rechte weggedeelten; bochten te rijden; afstand te houden ten opzichte van andere voertuigen; van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren; andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden; juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen; door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden; een overweg te naderen en veilig over te steken; te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals erven, in- en uitritten, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes; een kruispunt te naderen en over te steken; rechts of links af te slaan op kruispunten; via de invoegstrook de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en via de uitvoegstrook de doorgaande rijbaan te verlaten (uitvoegen); een rotonde te berijden; een aantal bijzondere verrichtingen (vaardigheden) uit te voeren met het voertuig; te rijden in tunnels.

Rechtspraak bij dit artikel