Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Taken en bevoegdheden van de plaatsvervangend secretaris-generaal in het kader van ZEUS

Onderdeel van Tijdelijke regeling taken en bevoegdheden plaatsvervangend secretaris-generaal VROM ten behoeve van het reorganisatietraject ZEUS· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 2003

1. De plaatsvervangend secretaris-generaal heeft tot taak het verrichten van alle werkzaamheden die noodzakelijk zijn in verband met de inrichting van de Gemeenschappelijke Dienst, de Concernstaf en de bedrijfsvoeringsonderdelen bij DG Milieu, DG Wonen, DG Ruimte en het Inspectoraat Generaal VROM. Daartoe worden met dit besluit: de voor dit doel noodzakelijk geachte taken en bevoegdheden, zoals bedoeld in de artikelen 5 tot en met 8 van de Regeling Taken en Bevoegdheden VROM 2002, zoals deze thans door de secretaris-generaal zijn toegekend aan de hoofden van dienst ingetrokken, met uitzondering van de taken en bevoegdheden die in dit kader aan de plaatsvervangend secretaris - generaal zijn overgedragen en voor zover deze betrekking hebben op ZEUS Centraal en ZEUS Decentraal; de taken en bevoegdheden, zoals bedoeld onder a, aan de plaatsvervangend secretaris-generaal toegekend; de taken en bevoegdheden, zoals bedoeld in de artikelen twee tot en met vier van de Regeling taken en bevoegdheden VROM 2002 toegekend aan de plaatsvervangend –secretaris-generaal. Dit voor zover deze betrekking hebben op ZEUS Centraal en ZEUS Decentraal.

Rechtspraak bij dit artikel