De emigratie van de aandeelhouder met een aanmerkelijk belang
In de B.V. wordt met toepassing van artikel 4.16, eerste lid, onderdeel h, van de Wet IB 2001 aangemerkt als een zogenoemde fictieve vervreemding. Het voordeel dat terzake wordt behaald wordt in aanmerking genomen in een zogenoemde conserverende aanslag. Voor wat betreft de gevolgen van de uitspraak van de zaak Hughes de Lasteryie du Saillant (zaak C-9/02) voor conserverende aanslagen in de Nederlandse wetgeving verwijs ik naar de beantwoording van de vragen van het Kamerlid Dezentjé Hamming (zie mijn brief van 13 april 2004, nr. WDB 2004/188U, V-N 2004/21.8).
Artikel 6
Emigratie van de aanmerkelijkbelanghouder
Onderdeel van Inkomstenbelasting, Vennootschapsbelasting, Emigrerende ondernemers; staking onderneming· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 3 augustus 2004