Gelet op het vorenstaande keur ik goed dat bij toepassing van de artikelen 4g en 4h van de WIB de in Nederland gevestigde uitbetalende instantie de identiteit en de woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde kan vaststellen op basis van de regels van artikel 4, eerste en tweede lid, van de WID indien de uiteindelijk gerechtigde niet in persoon verschijnt.
Artikel 2
Goedkeuring
Onderdeel van Afgeleide identificatie· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2004