1. 1. Ten gunste van het Ouderdomsfonds komen:
    • - a. de premies voor de algemene ouderdomsverzekering en voor de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering;
    • - b. rijksbijdragen als bedoeld in artikel 14;
    • - c. de bestuurlijke boeten, bedoeld in artikel 17c van de Algemene Ouderdomswet;
    • - d. de bijdrage in de kosten van de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15.
  2. 2. Uit het Ouderdomsfonds worden betaald:
    • - a. de lasten van de algemene ouderdomsverzekering en van de vrijwillige algemene ouderdomsverzekering;
    • - b. de lasten van de regeling, vervat in hoofdstuk VIII van de Algemene Ouderdomswet;
    • - c. de bijdrage, bedoeld in artikel 87a.