Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Afdeling 2 › § 2

Artikel 91

Dekking uitgaven Fonds langdurige zorg

Onderdeel van Wet financiering sociale verzekeringen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. Het Zorginstituut doet jaarlijks uitkeringen uit het Fonds langdurige zorg ter dekking van de noodzakelijke uitgaven van: Wlz-uitvoerders als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg voor beheerskosten ter uitvoering van die wet of voor kosten van verleende zorg en overige diensten als bedoeld in paragraaf 3.1 van die wet die niet door het CAK, genoemd in artikel 6.1.1 van die wet, aan zorgaanbieders als bedoeld in artikel 1.1.1 van die wet worden uitbetaald; SVB voor kosten ter uitvoering van de Wet langdurige zorg. 2. Het Zorginstituut doet de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels. Bij of krachtens deze algemene maatregel van bestuur kunnen tevens regels worden gesteld over de vorming en aanwending van reserves door Wlz-uitvoerders als bedoeld in artikel 1.1.1, van de Wet langdurige zorg en de SVB. 3. De zorgautoriteit is bevoegd vast te stellen dat uitgaven niet verantwoord waren voor zover deze door haar niet noodzakelijk worden geacht voor de uitvoering van de verzekering op grond van de Wet langdurige zorg. Met de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, evenals met de daarmee verkregen opbrengsten worden geen uitgaven gedekt waarvan de zorgautoriteit heeft vastgesteld dat zij niet verantwoord waren, tenzij de zorgautoriteit die op grond van artikel 91a in stand laat. 4. Op de uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschotten worden verleend overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen regels, 5. Op rechten of verplichtingen die voortvloeien uit hetgeen op grond van dit artikel is geregeld, is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel