1. 1. Bij ministeriële regeling kan de ambtenaar een aanspraak worden toegekend op:
    • - a. een toelage voor het verrichten van werkzaamheden waaraan naar het oordeel van Onze Minister bijzondere risico’s of inconveniënten zijn verbonden;
    • - b. een toelage in verband met het vervullen van een door Onze Minister aangewezen functie of het bezit van een door Onze Minister aangewezen bekwaamheid;
    • - c. een diensttijdgratificatie bij een – naar het oordeel van Onze Minister – eervolle diensttijd van twaalfeneenhalf, vijfentwintig, veertig of vijftig jaren;
    • - d. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten of – in de plaats daarvan – voorzieningen in natura ter zake van het verblijf van de ambtenaar buiten Nederland;
    • - e. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van recepties en representatie;
    • - f. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van maaltijden bij overwerk;
    • - g. een vergoeding of een tegemoetkoming in de kosten van communicatie;
    • - h. een vergoeding of een tegemoetkoming in de extra kosten voor zorg voor jonge kinderen bij inzet;
    • - i. eventuele overige inkomsten.
  2. 2. Van de bevoegdheid tot het vaststellen van ministeriële regelingen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d tot en met h, wordt mandaat verleend aan de hoofddirecteur personeel van het Ministerie van Defensie.