1. 1. De Dienst Toeslagen kan de uitbetaling van een voorschot geheel of gedeeltelijk opschorten indien:
    • - a. redelijkerwijs kan worden vermoed dat het voorschot ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, of
    • - b. gerede twijfel bestaat over de juistheid van het adresgegeven van de belanghebbende of dit gegeven ontbreekt;
    • - c. de belanghebbende als uitreiziger is aangemerkt.
  2. 2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt de belanghebbende van de opschorting schriftelijk in kennis gesteld.