De leraar of docent is vakdidactisch bekwaam wat betreft kennis, indien hij ten minste:
kennis heeft van verschillende leer- en onderwijstheorieën die voor zijn onderwijspraktijk relevant zijn en hij die kan herkennen in het leren van zijn leerlingen;
verschillende methodes en criteria kent waarmee hij de bruikbaarheid ervan voor zijn leerlingen kan vaststellen;
verschillende manieren kent om binnen een methode te differentiëren en recht te doen aan verschillen tussen leerlingen;
de methode kan aanvullen en verrijken;
weet hoe een leerplan in elkaar zit en de criteria kent waaraan een goed leerplan moet voldoen;
kennis heeft van digitale leermaterialen en leermiddelen en de technische en pedagogisch-didactische mogelijkheden en beperkingen daarvan kent;
de verschillende didactische leer- en werkvormen en de psychologische achtergrond daarvan kent;
de criteria kent waarmee de bruikbaarheid daarvan voor zijn leerlingen kan worden vastgesteld;
verschillende doelen van evalueren en toetsen kent;
verschillende, bij de doelen als bedoeld in onderdeel i, passende vormen van observeren, toetsen en examineren kent;
toetsen kan ontwikkelen, toetsresultaten kan beoordelen, analyseren en interpreteren en de kwaliteit van toetsen en examens kan beoordelen;
bruikbare en betrouwbare voortgangsinformatie kan verzamelen en analyseren en op grond daarvan zijn onderwijs waar nodig kan bijstellen;
zich theoretisch en praktisch heeft verdiept in de vakdidactiek ten behoeve van het type onderwijs en het deel van het curriculum waarin hij werkzaam is.
Hoofdstuk 2 › Titel 3 › Paragraaf 2
Artikel 2.9
Vakdidactische bekwaamheid leraar, kennis
Onderdeel van Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2017