De instructeur die niet in het bezit is van een getuigschrift als bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid, onderdeel b, van de wet, respectievelijk de erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 4.2.2, eerste lid, onderdeel c, van de wet, toont zijn bekwaamheid aan door middel van:
een beoordeling van het bevoegd gezag dat de instructeur vakinhoudelijk bekwaam is als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a; en
een getuigschrift waaruit blijkt dat de instructeur is opgeleid tot de pedagogisch-didactische bekwaamheden als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdelen b en c.
Hoofdstuk 3 › § 3
Artikel 3.10
Oordeel bevoegd gezag met pedagogisch-didactisch getuigschrift
Onderdeel van Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2018