**1.** De instructeur is pedagogisch bekwaam wat betreft kunde indien hij ten minste in staat is:
een groep aan te sturen en te begeleiden; en
de ontwikkelingen in het leren en gedrag van studenten te volgen.
**2.** Om te voldoen aan het eerste lid is het nodig dat de instructeur:
oog heeft voor de sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van studenten;
rekening houdt met de leefwereld van studenten en de culturele bepaaldheid daarvan;
tijdig moeilijkheden bij studenten signaleert en een student zo nodig weet te verwijzen naar de meest aangewezen persoon of instantie;
bijdraagt aan een veilige leeromgeving voor studenten;
duidelijk zijn verwachtingen communiceert naar studenten en daarbij kenbaar maakt welke ruimte er is voor eigen initiatief;
verschillende pedagogische methoden weet te gebruiken, afhankelijk van de student en diens situatie;
adequaat optreedt bij normoverschrijdend gedrag van studenten;
de pedagogische uitgangspunten van het onderwijsteam waartoe hij behoort, toepast op zijn eigen handelen in de omgang met studenten;
voorbeeldgedrag laat zien in verband met het beroep waarvoor wordt opgeleid;
het proces van interactie met en tussen studenten van een afstand weet te beschouwen en eventuele bijzonderheden tijdens de uitvoering van zijn instructie meldt aan de verantwoordelijke docent; en
hulp weet te vragen bij organisatorische belemmeringen in de uitvoering van zijn taken.
Hoofdstuk 3 › § 2
Artikel 3.9
Pedagogische bekwaamheid (kunde)
Onderdeel van Besluit bekwaamheidseisen onderwijspersoneel· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2020