1. 1. De pensioenuitvoerder stelt een pensioenreglement vast in overeenstemming met de beroepspensioenregeling en de uitvoeringsovereenkomst.
  2. 2. In het pensioenreglement worden in ieder geval bepalingen opgenomen betreffende:
    • - a. de beroepsgroep of het deel van de beroepsgroep waarvoor de beroepspensioenregeling geldt;
    • - b. de wijze waarop de pensioenuitvoerder omgaat met inkomende waarden in het kader van waardeoverdracht;
    • - c. de hoogte van de ruilvoet en de opbouwkeuzevoet, bedoeld in artikel 72 en 73, en de afkoopvoet, bedoeld in artikel 78;
    • - d. de kortingsregel, bedoeld in artikel 129;
    • - e. de regels en procedures die gelden ten aanzien van de solidariteitsreserve of de risicodelingsreserve;
    • - f. de risicohouding;
    • - g. de toedelingsregels; en
    • - h. het projectierendement.