De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties volgt in zijn voordracht in beginsel de aanbeveling van de staten, met inbegrip van de daarop gehanteerde volgorde, tenzij zwaarwegende gronden aanleiding tot afwijking gegeven (artikel 61, zevende lid Provinciewet).
Als bij de benoeming van de commissaris is afgeweken van de aanbeveling, informeert de minister de staten schriftelijk over de motieven die aanleiding waren voor deze afwijking.
De minister stelt de niet ter benoeming voorgedragen kandidaat op de aanbeveling op de hoogte van het feit dat hij niet voor benoeming is voorgedragen.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel X
Het motiveren van de afwijking van de aanbeveling van de staten
Onderdeel van Circulaire procedureregels bij benoeming commissaris van de Koningin· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 2 november 2005