Naar hoofdinhoud

Artikel IX

De aanbeveling van de staten

Onderdeel van Circulaire procedureregels bij benoeming commissaris van de Koningin· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 2 november 2005

De staten zenden een aanbeveling inzake de benoeming aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen vier maanden nadat de gelegenheid tot sollicitatie voor de functie is gegeven. Bij het opstellen van de aanbeveling betrekken de staten de bevindingen van de vertrouwenscommissie. Het op schrift gestelde oordeel van de vertrouwenscommissie wordt bij de aanbeveling gevoegd. Overeenkomstig artikel 61, vijfde lid, van de Provinciewet omvat de aanbeveling twee personen. In bijzondere, door de staten te motiveren gevallen, kan worden volstaan met een aanbeveling waarop één persoon staat vermeld (artikel 61, zesde lid van de Provinciewet) In het licht van haar totstandkomingsgeschiedenis moet artikel 61, vijfde en zesde lid, als volgt worden uitgelegd: Het uitgangspunt is de aanbeveling van twee personen, de meervoudige aanbeveling; Alleen in bijzondere gevallen mogen de staten een enkelvoudige aanbeveling vaststellen. Van een bijzonder geval kan alleen sprake zijn bij: herindeling; indien er maar één door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoembaar geachte sollicitant is; indien er maar één kandidaat heeft gesolliciteerd; aan overmacht grenzende situaties, bijvoorbeeld de omstandigheid dat een kandidaat overlijdt of ernstig ziek wordt, of wanneer een kandidaat zich terugtrekt, nadat de aanbeveling is vastgesteld, zodat de facto maar één kandidaat overblijft; In geen geval mogen politieke, beleidsmatige of bestuurlijke overwegingen een leidraad voor de staten vormen om af te wijken van het wettelijk vereiste dat de aanbeveling twee personen omvat; Onverlet de algemene bevoegdheid van de minister om van de aan hem gedane aanbeveling gemotiveerd af te wijken slaat de minister geen acht op een enkelvoudige aanbeveling, indien naar zijn oordeel geen sprake is van een bijzonder geval. De staten stellen elke op de aanbeveling geplaatste kandidaat op de hoogte van het feit dat hij of zij op de aanbeveling staat die aan de minister wordt gezonden. De staten stellen andere door de commissie ontvangen sollicitanten schriftelijk op de hoogte van het feit dat zij niet op de aanbeveling zijn geplaatst. De staten verstrekken bij de aanbeveling de profielschets en het verslag van de profielschetsvergadering, het verslag van bevindingen en de concept-aanbeveling van de vertrouwenscommissie, het verslag van de beraadslagingen van de statenvergadering waarin de aanbeveling is vastgesteld, alsmede overige voor de beoordeling van de aanbeveling relevante informatie. Ten aanzien van de beraadslagingen in de staten over het verslag van de vertrouwenscommissie en de stukken die aan de staten worden gezonden dan wel die door de staten aan de minister worden gezonden geldt een geheimhoudingsplicht. De aanbeveling van de staten is openbaar voor zover het de naam van de eerste kandidaat op de aanbeveling betreft. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel