Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Uitdelingen door veilingcoöperaties

Onderdeel van Vennootschapsbelasting, coöperaties; diverse onderwerpen· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 17 januari 2006

Veilingcoöperaties treden niet op als kopers en verkopers van de door telers aangevoerde producten, maar als dienstverleners. De verleende diensten bestaan uiteraard in de eerste plaats uit het veilen van de aangevoerde producten. Daarnaast worden ook andere prestaties verricht, zoals verhuur van emballage, koelhuizen en loodsen. Ook verkoop van goederen komt voor, met name van éénmaal te gebruiken verpakkingsmiddelen. Voor de bepaling van het gedeelte van de winst dat bij uitdeling ten hoogste in aftrek komt dient te worden vastgesteld welk gedeelte van de totale kosten van de coöperatie over het jaar betrekking heeft op jegens de leden verrichte prestaties. Ik heb er geen bezwaar tegen, dat hierbij wordt aangenomen, dat dit gedeelte zich tot de totale kosten verhoudt als de opbrengst van de prestaties jegens de leden – eventueel gecorrigeerd tot het niveau van de marktprijs – zich verhoudt tot de som van alle opbrengsten (baten) van de coöperatie. Tot deze opbrengsten dient daarbij niet alleen te worden gerekend de veilingprovisie, maar ook de genoten huur voor emballage, koelhuizen en loodsen, alsmede de omzet van door de coöperatie zelf verkochte goederen. Bij deze wijze van kostensplitsing zal de hiervoor bedoelde maximale aftrekbare uitdeling, afgezien van de verhoging met € 2269, zich derhalve tot de winst verhouden als de prestaties jegens de leden van de coöperatie zich verhouden tot de totale baten van de coöperatie. Niet aanvaardbaar acht ik de opvatting, dat veilingcoöperaties uitsluitend kosten maken ten behoeve van het veilen van de producten van telers en dat daarom alle andere opbrengsten dan veilingprovisie niet als beloning voor prestaties van de coöperatie worden beschouwd, maar in mindering dienen te worden gebracht op de kosten van het veilen (vergelijk het arrest van de Hoge Raad van 17 april 1957, BNB 1957/192). Voor de toepassing van artikel 9, tweede lid, van de Wet VPB 1969 dient te worden bepaald welk deel van de prestaties is geleverd jegens leden en welk deel jegens niet-leden. Indien en voor zolang een coöperatie niet of slechts met onevenredig hoge kosten zou kunnen vaststellen in hoeverre de van telers ontvangen emballagehuur afkomstig is van leden en in hoeverre van niet-leden, kan worden aangenomen, dat deze verhouding gelijk is aan de verhouding tussen de omzet van geveilde producten van leden en van niet-leden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel