Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Stappenplan opslag ontplofbare stoffen

Onderdeel van Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 26 juli 2006

Kort samengevat komt het in deze circulaire neergelegde beleid voor de aan te houden afstanden bij de opslag van ontplofbare stoffen op het volgende neer (zie ook schema in paragraaf 1.3): stel vast voor welke hoeveelheden ontplofbare stoffen van welke gevarensubklasse uitgegaan moet worden, in wat voor type gebouw(en) wordt opgeslagen en welke fysieke maatregelen zijn of worden getroffen om de effecten te beheersen of te voorkomen. bepaal aan de hand van de tabellen uit de bijlagen of anderen kennisdocumenten, welke afstanden bij de gegeven hoeveelheden en de wijze van opslag, aangehouden moet worden; de grootste afstand is maatgevend. teken de van toepassing zijnde A-B-C-zones op een kaart en inventariseer of en welke kwetsbare objecten in de verschillende zones zijn gelegen. beoordeel de toelaatbaarheid van de situatie (zie paragraaf 5 voor een eventuele sanering). beoordeel of nadere effect-beperkende maatregelen mogelijk zijn om ruimtebeslag te vookomen. leg de situatie vast in de Wm-vergunning en het bestemmingsplan. Deze items worden in de navolgende paragrafen verder uitgewerkt. Wanneer aan dit beleid is voldaan, is het aspect externe veiligheid van een dergelijke opslag goed geregeld. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Bepaal op grond van de in de vergunningprocedure aangeleverde informatie in gevolge de Wet milieubeheer, de maximale netto hoeveelheid ontplofbare stoffen in kg per subklasse en compatibiliteitsgroep (geeft de wijze aan waarop de stof reageert op invlooeden van buiten) binnen de inrichting. Ga na wat de constructie van het opslaggebouw is en of er eventuele fysieke maatregelen zijn of worden getroffen om effecten te beheersen (voorkomen van uitworp van brokstukken). In Nederland zijn veel gebouwen uitgevoerd als lichte gebouwconstructie zonder verdere voorzieningen. Een lichte gebouwconstructie betekent een gebouwconstructie met ten hoogste 23 cm metselwerk of minder dan 20 cm beton. Voor de tabellen in de bijlagen van deze circulaire is daarvan uitgegaan. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Voor andere opslagvormen, andere gebouwconstructies, bijzondere compatibiliteitsklassen, de aanwezigheid of de mogelijkheid van fysieke maatregelen om effecten te beheersen en andere afwijkingen van paragraaf 4.1, geeft deze circulaire alleen de systematiek, maar geen concrete afstanden. Zo bestaat bij een open opslag geen kans op uitworp van brokstukken. Ook bestaan er voorzieningen die de gevolgen van een explosie van hele kleine hoeveelheden explosieven geheel kunnen insluiten. In al die gevallen moet worden teruggevallen op de NAVO-richtlijn AASTP-1 en andere kennisdocumenten om een gemotiveerde, onderbouwde keuze van de effectafstand te maken. In bijlage VI is een niet-limitatieve lijst kennisdocumenten opgenomen die daarvoor kan worden gebruikt. Het RIVM, Centrum voor Externe Veiligheid is beschikbaar voor een second opinion voor dergelijke situaties. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De hoeveelheid opgeslagen ontplofbare stoffen is van belang voor de bepaling van de veiligheidsafstanden die aangehouden moeten worden tussen het opslaggebouw en de gevel van een object dat als inbreuk binnen de veiligheidszones wordt beschouwd. De aan te houden afstanden zijn voor iedere gevarensubklasse anders. In de navolgende subparagrafen wordt de oorsprong van de afstanden toegelicht; de feitelijke afstanden zijn in tabellen in de bijlagen opgenomen. De onderstaande beschouwingen gelden dus alleen voor de in de bijlagen opgenomen afstanden. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. In de tabel in bijlage I worden de afstanden aangegeven die moeten worden aangehouden. Bij het bepalen van deze afstanden is rekening gehouden met zowel het optreden van blasteffecten (overdruk) als de uitworp van brokstukken. De afstanden zijn gebaseerd op de AASTP-1, aangevuld met adviezen van het RIVM voor de afstanden die behoren bij de hoeveelheden kleiner dan 500 kg. Omdat alleen bij de gevarensubklasse 1.1 sprake is van blasteffecten, moet hiervoor ook een C-zone, ter bescherming van gebouwen die extra gevoelig zijn voor blast, worden bepaald. De afstand van de A-zone is 2/3 van de B-zone; de afstand van de C-zone is 2 maal de B-zone. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Ervaringen uit het veld wijzen uit dat in de civiele wereld er doorgaans geen ontplofbare stoffen van de gevarensubklasse 1.2 worden gebruikt. Daarom worden voor de gevarensubklasse 1.2 geen aparte afstanden geadviseerd, terwijl dat wel gebeurt in geval van opslag van militaire munitie en ontplofbare stoffen. Mocht zich toch een situatie voordoen waarbij ontplofbare stoffen van gevarensubklasse 1.2 in een civiele opslagplaats aanwezig kunnen zijn, dan moet veiligheidshalve gerekend worden met de (grotere) afstanden die zijn geadviseerd voor de gevarensubklasse 1.1. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. In de tabel in bijlage II worden de afstanden aangegeven die moeten worden aangehouden. Ook hiervoor geldt dat de afstanden gebaseerd zijn op de AASTP-1, aangevuld met adviezen van het RIVM voor de afstanden die behoren bij de hoeveelheden kleiner dan 500 kg. Omdat geen sprake is van blasteffecten, is geen C-zone gedefinieerd. De afstand van de A-zone is 2/3 van de B-zone. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Zoals in paragraaf 3.3 is aan aangegeven, wordt gewerkt aan het Activiteitenbesluit, een amvb met opheffing van de vergunningplicht, waarin onder meer de opslag van ontplofbare stoffen van de gevarensubklasse 1.4 wordt geregeld. Zolang die amvb niet van kracht is, bevat deze circulaire de aan te houden afstanden bij deze gevarensubklasse, indien voor een dergelijke situatie een vergunning wordt aangevraagd. Deze zijn te vinden in bijlage III. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Na de bepaling van de veiligheidsafstanden, dient te worden nagegaan of er kwetsbare objecten binnen die veiligheidszones aanwezig zijn. Dat begint met het tekenen van de berekende zones op een kaart van voldoende detailniveau. De berekende afstand wordt uitgezet vanuit de buitenste muren van de opslagvoorziening. De lijst van kwetsbare objecten binnen de veiligheidszones is te vinden in bijlage IV. Per zone is in de lijst aangegeven welke objecten niet zijn toegestaan binnen die zone. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. In het geval van een nieuwe inrichting voor de opslag van ontplofbare stoffen mogen in het geheel geen kwetsbare objecten binnen de veiligheidsafstanden (de A-, B- en C-zones) aanwezig zijn. Indien er wel kwetsbare objecten binnen de veiligheidszones liggen en geen fysieke effect-beperkende maatregelen zijn aan te brengen, dan moet de gevraagde vergunning worden geweigerd. Zijn er geen kwetsbare objecten binnen de veiligheidsafstanden aanwezig, dan kan de vergunning voor wat betreft het aspect externe veiligheid, verleend worden. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Om te voorkomen dat binnen de veiligheidszones bebouwing verrijst die strijdig is met de beperkingen van die veiligheidszones, verdient het aanbeveling om het bestemmingsplan te wijzigen door het opnemen van de veiligheidsafstanden (de A-, B- en C-zones) inclusief de beperkingen die daarvoor gelden. Wanneer het bevoegd gezag voor de Wet milieubeheer een ander bestuursorgaan is dan het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening, is een goede afstemming tussen beide bestuursorganen van groot belang. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel