Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Beleid voor bestaande situaties

Onderdeel van Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 26 juli 2006

Op het moment dat geconstateerd wordt dat er zich kwetsbare objecten binnen de veiligheidszone bevinden (zie 4.4), mag bij bestaande situaties een tussenstap worden gezet. In deze tussenstap wordt beoordeeld of het feitelijke risico lager is dan de norm daarvoor. Deze beoordeling vindt plaats aan de hand van een kwantitatieve risico-analyse. Indien de berekende risico’s lager zijn dan de normen, dan is de opslag toegestaan. Als de risico’s hoger zijn dan de normen dan is sprake van een saneringssituatie. Omdat in deze circulaire sprake is van nieuw, strenger beleid, ten opzichte van de situatie van vóór 2000, bestaat de mogelijkheid dat een belanghebbende in bepaalde gevallen een beroep kan doen op het Rijk voor de vergoeding van schade en kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de sanering. In de onderstaande paragrafen wordt dit verder uiteen gezet. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De risicoanalyse moet geschieden zoals in het Paarse Boek (richtlijn CPR 18E, thans PGS 3) is vastgelegd, dus met gebruikmaking van de rekenregels uit AASTP-1, CPR 16 (thans PGS 1) en het rekenvoorschrift van RISKANAL. Daarbij moet voor het plaatsgebonden risico (PR) zowel de risicocontour 10–6 per jaar als die van 10–5 per jaar worden bepaald. Ook moet het groepsrisico (GR) worden bepaald. Bij het bepalen van het GR moeten tevens personen die zich op de transportassen bevinden die in nieuwe situaties niet zouden zijn toegestaan binnen de A-zone, worden meegenomen. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Hoewel het Bevi niet van toepassing is, zijn enkele normen uit het Bevi gebruikt in deze circulaire. Dit bevordert de eenduidigheid en transparantie van het beleidsveld externe veiligheid. De uitkomsten van de risico-analyse moeten op de navolgende wijze worden getoetst aan de externe-veiligheidsnormen die zijn vastgelegd in het Bevi: De transportassen die in nieuwe situaties niet zijn toegestaan binnen de A-zone, worden niet getoetst aan het PR. Dit heeft te maken met de korte verblijftijd van personen op die transportassen. De beperkt kwetsbare bestemmingen (B-zone) moeten buiten de PR-contour van 10–5 per jaar blijven (Bevi artikel 8, derde lid). De kwetsbare bestemmingen (B-zone) moeten buiten de PR-contour van 10–6 per jaar blijven (Bevi artikel 6). Het GR dient op dezelfde manier te worden verantwoord als omschreven in artikel 12 van het Bevi. Indien er sprake is van een overschrijding van de externe-veiligheidsnormen, dient te worden nagegaan op welke wijze de overschrijding kan worden weggenomen. Als eerste kan worden nagegaan of met de opslag van een geringere hoeveelheid ontplofbare stoffen kan worden volstaan. Soms kan een andere wijze van opslag of het aanbrengen van extra effectbeperkende maatregelen een oplossing dichterbij brengen. Biedt dit geen oplossing, dan zal gesaneerd moeten worden. Sanering kan zowel zijn het wegnemen van de inbreuk(en) als het beëindigen of verplaatsen van de opslag van ontplofbare stoffen of voorwerpen. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Inrichtingen voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik, waarbij op grond van de beoordeling volgens 5.1.2 een inbreuk binnen een veiligheidszone is gelegen, komen voor sanering in aanmerking. Wie uiteindelijk de kosten van de sanering betaalt, is afhankelijk van de wijze waarop de saneringssituatie is ontstaan en welke saneringsoplossing is gekozen. Indien er ten opzichte van de criteria die zijn toegepast bij het verlenen van de oprichtingsvergunning sprake is van aanscherping van eisen en wanneer niet door het treffen van maatregelen hieraan kan worden tegemoet gekomen, is het noodzakelijk dat de vergunning met toepassing van artikel 8.25, eerste lid, onder a, van de Wet milieubeheer wordt ingetrokken. In dat geval zal de vergunninghouder aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding als bedoeld in artikel 15.20 van die wet. Indien de vergoeding is toegekend in overeenstemming met de Circulaire Schadevergoedingen, komen de kosten daarvan ten laste van het Rijk. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. Indien een bestaande situatie op basis van een risico-analyse is toegestaan, dienen de huidige regelingen en (nieuwbouw)mogelijkheden in bestemmingsplannen, voor zover gelegen binnen de veiligheidszones, zoveel als mogelijk te worden aangepast. Dit om te voorkomen dat de veiligheidssituatie verslechtert als gevolg van nieuwe bouwplannen. Voor woningen binnen de B-zone kan gedacht worden aan een extra beperking dat alleen dakkapellen, garages en soortgelijke bouwwerken zijn toegestaan. Uitbreidingen met serres moeten, vanwege een verhoogde sterftekans door glasscherven, zo veel mogelijk worden voorkomen. Ook andere uitbreidingen en vergrotingen die tot een toename van het aantal aanwezige personen leiden (splitsing in meer wooneenheden, ombouw tot hotel of andere verblijfssfaciliteiten), moeten worden voorkomen. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel