- **1.** De Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, heeft, op de grondslag van deze wet, tot taak het toezicht op de naleving van de artikelen 5:88 en 5:88a uit te oefenen. Artikel 12j van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is niet van toepassing.
- **2.** De Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, kan, indien een verordening als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie mededingingsrechtelijke bepalingen bevat betreffende de financiële markten, bij algemene maatregel van bestuur worden belast met uitvoering en handhaving van bij of krachtens die verordening gestelde regels. Artikel 12j van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is niet van toepassing.
- **3.** De artikelen 1:49, 1:55, eerste lid, 1:56, eerste, tweede en zesde lid, 1:58, eerste tot en met vierde lid, 1:65, eerste en vijfde lid, 1:73, tweede, derde en vierde lid, 1:74, derde, vierde en vijfde lid, 1:79, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel d, 1:80, met uitzondering van onderdeel d, 1:81 en 1:82 en afdeling 1.5.1., met uitzondering van artikel 1:93a, zijn van overeenkomstige toepassing.
- **4.** Artikel 1:47, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op het gebruik van de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1:75, 1:79 en 1:80, door de Autoriteit Consument en Markt met dien verstande dat zowel de Nederlandsche Bank als de Autoriteit Financiële Markten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.
- **5.** Artikel 1:59 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid van dat artikel een bindende aanwijzing als bedoeld in artikel 1 van de Instellingswet Autoriteit en Markt wordt verstaan.
- **6.** Artikel 1:75 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid van dat artikel een bindende aanwijzing als bedoeld in artikel 1 van de Instellingswet Autoriteit en Markt wordt verstaan en dat onder de aanwijzing, bedoeld in het tweede lid van artikel 1:75 een zelfstandige last als bedoeld in artikel 1 van de Instellingswet Autoriteit en Markt wordt verstaan, niet zijnde een bindende aanwijzing als bedoeld in laatstgenoemd artikel.
- **7.** De ambtenaren, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, beschikken voor de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, niet over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Titel 1 › Hoofdstuk 1.2 › Afdeling 1.2.1 › § 1.2.1.1
Artikel 1:25a Wft
Onderdeel van Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 15 oktober 2020
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
- artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- artikel 5:88
- artikel 5:88a
- Artikel 12j van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- Artikel 12j van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- artikel 1:49
- artikel 1:55, eerste lid
- artikel 1:56, eerste, tweede en zesde lid
- artikel 1:58, eerste tot en met vierde lid
- artikel 1:65, eerste en vijfde lid
- artikel 1:73, tweede, derde en vierde lid
- artikel 1:74, derde, vierde en vijfde lid
- artikel 1:79
- artikel 1:80
- artikel 1:93a
- artikel 1:47, eerste en derde lid
- artikel 1:75
- artikel 1:79
- artikel 1:80
- Artikel 1:59
- Artikel 1:75
- artikel 1:75
- artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt
- artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene
- artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene
Houd art. 1:25a Wft bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon