1. 1. De toezichthouder legt een voorgenomen statutenwijziging ter voorafgaande instemming voor aan Onze Minister. De artikelen 10:29 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
  2. 2. De instemming, bedoeld in het eerste lid, kan worden geweigerd:
    • - a. indien de statuten na wijziging onvoldoende zijn afgestemd op het in deze wet bepaalde;
    • - b. indien de statuten na wijziging onvoldoende waarborgen bieden voor een onafhankelijke taakvervulling door de toezichthouder;
    • - c. wegens strijd met het recht of het algemeen belang.