Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Besluit prudentiële regels Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 13 januari 2019

1. De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 3:9, eerste lid, 3:11, 3:13, 3:37, derde lid en vierde lid, 3:47, eerste en vijfde lid, of 3:99, eerste lid, van de wet en van een persoon als bedoeld in artikel 17aa, vierde lid, buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de beoordeling van de betrouwbaarheid van een persoon door de Nederlandsche Bank op grond van een verordening als bedoeld in artikel 1:24, derde lid, van de wet. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel