1. 1. De verstrekking van onderzoek op beleggingsgebied door een derde aan een beleggingsonderneming die een beleggingsdienst of nevendienst verleent aan een cliënt wordt geacht te voldoen aan artikel 4:90, eerste lid, van de wet, indien het bepaalde in artikel 24, lid 9 bis, onderdelen a tot en met d, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 in acht wordt genomen.
  2. 2. Indien aan de beleggingsonderneming onderzoek op beleggingsgebied wordt verstrekt door een derde, die niet de beleggingsdienst uitvoeren van orders in financiële instrumenten voor rekening van cliënten verleent en die derde geen deel uitmaakt van een groep van financiële ondernemingen die een beleggingsonderneming omvat die de hiervoor genoemde beleggingsdienst of de beleggingsdienst ontvangen en doorgeven van orders van cliënten met betrekking tot financiële instrumenten verleent, wordt de beleggingsonderneming geacht te voldoen aan artikel 4:90, eerste lid, van de wet.
  3. 3. De beleggingsonderneming, bedoeld in het tweede lid, voldoet aan artikel 24, lid 9 bis, onderdeel c, van de richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014.
  4. 4. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder onderzoek op beleggingsgebied verstaan onderzoek op beleggingsgebied als bedoeld in artikel 24, lid 9 bis, tweede en derde alinea, richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014.
  5. 5. Voor de toepassing van dit artikel worden handelscommentaren en andere handelsadviesdiensten op maat die onlosmakelijke verbonden zijn aan de uitvoering van een transactie in een financieel instrument, niet als onderzoek op beleggingsgebied beschouwd.
  6. 6. Een beleggingsonderneming houdt, voor zover zij daarvan op de hoogte is, een register bij van de totale kosten van het onderzoek op beleggingsgebied dat door derden aan haar is verstrekt en stelt die informatie op verzoek ter beschikking aan haar cliënten.