**1.** Voor cliënten met een niet opbouwende levensverzekering die een
beleggingscomponent bevat geldt dat aan hen een passende oplossing moet worden
geboden alvorens de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat meetelt
voor het in Bijlage 13 vastgestelde vereiste
resultaat.
**2.** Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 8:4, tweede
lid, wordt onder een niet opbouwende levensverzekering die een
beleggingscomponent bevat verstaan een voor 1 januari 2013, de peildatum,
afgesloten levensverzekering die een beleggingscomponent bevat waarvoor premie
wordt betaald op hiervoor vermelde datum, waarbij de verwachte aangroei in
vermogen tussen de peildatum en einddatum, berekend op 4% per jaar als in Modellen
De Ruiter, op 1 januari 2013, lager is dan de door de cliënt naar verwachting nog
in te leggen premies tussen de peildatum en de einddatum.
**3.** Met passende oplossing zoals vermeld in het eerste lid wordt bedoeld dat, indien
de cliënt met een levensverzekering die een beleggingscomponent bevat als bedoeld
in het tweede lid niet kan worden bereikt of de cliënt geen weloverwogen keuze
kenbaar heeft gemaakt, de levensverzekeraar ervoor zorg draagt dat het niet
opbouwende karakter van de levensverzekering die een beleggingscomponent bevat
wordt weggenomen.
Hoofdstuk 8 › § 8.3
Artikel 8:5
Artikel 8:5
Onderdeel van Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2016