Naar hoofdinhoud

§ 7 › Subparagraaf

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Regeling prudentieel toezicht financiële groepen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007

1. Een onderneming als bedoeld in artikel 3:298, eerste lid van de wet rapporteert alle significante intragroepovereenkomsten en -posities van gereglementeerde entiteiten van het financieel conglomeraat. Hieronder vallen zowel de significante individuele intragroepovereenkomsten met één onderneming van de groep als de significante totale positie ten opzichte van één onderneming van het financieel conglomeraat. 2. De rapportage als bedoeld in artikel 27, eerste lid, eerste zin, van het Besluit geschiedt met gebruikmaking van blad 1 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling. De rapportage wordt uiterlijk vier maanden na afloop van het boekjaar bij DNB ingediend. 3. Van een significante individuele intragroepovereenkomst is sprake wanneer het bedrag van de hieruit voortvloeiende positie meer bedraagt dan twintig procent van de kapitaaltoereikendheidsvereisten van de gereglementeerde entiteit die de overeenkomst is aangegaan. Van een significante totale positie is sprake indien deze positie meer bedraagt dan twintig procent van de kapitaaltoereikendheidsvereisten van de gereglementeerde entiteit die de positie is aangegaan. 4. Op verzoek van de onderneming en na overleg met relevante toezichthoudende instanties kan DNB afwijken van het eerste tot en met het derde lid. Treedt in werking op tijdstip waarop het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel