Naar hoofdinhoud

§ 7 › Subparagraaf

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Regeling prudentieel toezicht financiële groepen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007

1. Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante individuele intragroepovereenkomst aangegeven: het bedrag van de vordering; de financiële verhouding die uit de overeenkomst voortvloeit. Alleen actiefposten en daarmee vergelijkbare off balance sheet instrumenten worden gerapporteerd; met welke onderneming van het financieel conglomeraat de intragroepovereenkomst is aangegaan. 2. Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, wordt ten aanzien van elke significante totale positie aangegeven: het bedrag van de totale positie; met welke onderneming van het financieel conglomeraat de intragroepovereenkomst is aangegaan. 3. Voor de toepassing van artikel 10, eerste lid, wordt elke significante intragroepvordering ondergebracht in één van de volgende categorieën: beleggingen; rekening courant vorderingen; leningen; overige vorderingen. De gerapporteerde overige vorderingen, bedoeld in onderdeel d, gaan vergezeld van een toelichting betreffende de aard van de vordering. 4. Op verzoek van de onderneming en na overleg met relevante toezichthoudende instanties, kan DNB een van het eerste, tweede of derde lid afwijkende rapportage vaststellen en de onderneming toestaan om te rapporteren met een ander rapportageformulier dan blad 3 van het rapportageformulier opgenomen in de bijlage behorende bij deze regeling. Treedt in werking op tijdstip waarop het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel