De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 31, in aanmerking:
het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;
de belangen die de Pensioenwet en de Wet verplichte beroepspensioenregeling beogen te beschermen; en
de overige belangen van het fonds en de betrokkene.
Hoofdstuk 7
Artikel 35
Vaststelling betrouwbaarheid
Onderdeel van Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007