Naar hoofdinhoud

§ 4

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Suppletieregeling filminvesteringen Nederland· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

1. Het bestuur van het Fonds kan op basis van een daartoe door de aanvrager gedaan verzoek een subsidie ter dekking van de begrote productiekosten van een bioscoopfilm verlenen, wanneer deze bioscoopfilm naar het oordeel van het bestuur voldoet aan de volgende criteria: van de begrote productiekosten, zoals opgenomen in het filmplan, is op het moment van de aanvraag tenminste 70 procent reeds gedekt door bijdragen van derden, die ofwel schriftelijk en onvoorwaardelijk zijn toegezegd als garantieopbrengst ofwel schriftelijk en onvoorwaardelijk zijn toegezegd als subsidie, lening of investering ter dekking van de begrote productiekosten. Het aantal als deferments aangemerkte bijdragen mag de hoogte van de in de begroting opgenomen en door het Fonds goedkeurde producers fee en overhead niet te boven gaan; en: de investeringen van marktpartijen bedragen tenminste 30 procent van de begrote productiekosten, zoals opgenomen in het filmplan, waarin is begrepen een bedrag gelijk aan tenminste 8 procent van de begrote productiekosten, dat door de filmdistributeur op marktconforme voorwaarden is toegezegd als investering in de vorm van een garantieopbrengst (minimum garantie) ten behoeve van de bioscoopuitbreng en verdere exploitatie in Nederland. Om verzekerd te zijn van een onafhankelijke markttoets is de filmdistributeur niet gelijk aan de producent en heeft deze ook geen zakelijk belang in de aanvrager. In plaats van een investering als garantieopbrengst (minimum garantie) kan voor een investering in de prints & advertising gekozen worden om de marktpotentie aan te tonen. In een dergelijk geval is er een investering door de filmdistributeur toegezegd, die gelijk staat aan 8 procent of meer van de begrote productiekosten, welke gegarandeerd en zonder enig voorbehoud in de prints & advertising van de bioscoopuitbreng in Nederland geïnvesteerd wordt. De investering is vastgelegd in een overeenkomst tussen de aanvrager en filmdistributeur, welke tevens inzicht geeft in de onderliggende afspraken omtrent distributie fees en royaltyverdeling. 2. Voor de toepassing van het eerste lid, onder b, zijn de begrote productiekosten, die dienen als grondslag voor de bepaling van de omvang van de door de filmdistributeur toezegde investering gemaximeerd op een bedrag van € 5.000.000,–.

Rechtspraak bij dit artikel