In artikel 4b, eerste lid, onderdelen b en c, van de WIB wordt het begrip rentebetaling uitgebreid met inkomsten uit rentebetalingen door een collectieve beleggingsinstelling en de inkomsten bij verkoop, terugbetaling of aflossing van aandelen of bewijzen van deelneming in een collectieve beleggingsinstelling. In artikel 4b, tweede lid, is aangegeven wat onder een collectieve beleggingsinstelling moet worden verstaan. Bij de beoordeling of een collectieve beleggingstelling onder Richtlijn 2003/48/EG valt, mag de zogenoemde home country rule worden toegepast. Dit betekent dat de lidstaat van vestiging bepaalt of de collectieve beleggingsinstelling wel of niet onder de richtlijn valt. Nederland volgt de beslissing van de vestigingsstaat, tenzij de kwalificatie van de staat van vestiging duidelijk niet strookt met de feiten en omstandigheden. De ‘home country rule’ kan ook worden toegepast op beleggingsinstellingen die zijn gevestigd in de staten en gebieden, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de Richtlijn 2003/48/EG, waarmee een overeenkomst is gesloten. Deze overeenkomst heeft immers tot gevolg dat de bepalingen uit Richtlijn 2003/48/EG van toepassing zijn op deze staten en gebieden. De ‘home country rule’ is niet van toepassing op collectieve beleggingsinstellingen, bedoeld in artikel 4b, tweede lid, onderdeel c, van de WIB die in derde landen zijn gevestigd, waarmee geen overeenkomst is gesloten.
Artikel 2
Beleggingsinstellingen; de zogenoemde home country rule
Onderdeel van Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, home country rule, begrip rentebetaling· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 31 augustus 2007