In artikel 4b, eerste lid, onderdeel c, van de WIB wordt zoals hiervoor al aangegeven het begrip rentebetaling uitgebreid met de verkoopopbrengst van aandelen in bepaalde collectieve beleggingsinstellingen. Door een Nederlandse financiële instelling is de vraag voorgelegd of de hier bedoelde rentebetaling mag worden opgevat als het bedrag dat netto wordt uitgekeerd aan de gerechtigde, dus na aftrek van de in rekening gebrachte kosten.
In het algemeen dient rente te worden opgevat als een bruto-begrip, zijnde het totaal van de betaalde rente zonder aftrek van kosten. Het renseignement van de bruto-rentebetaling zal door de belastingdienst van de andere lidstaat worden gebruikt als contra-informatie bij de controle van de door de belastingplichtige aangeleverde gegevens. Bij rentebetalingen op de voet van art. 4b, eerste lid, onderdeel c, van de WIB zal niet de rente zelf worden gerenseigneerd maar het bedrag van de verkoopopbrengst. In deze situatie zal een directe band met het door de belastingplichtige aangegeven rentebedrag ontbreken; de renseignering heeft in deze gevallen vooral een signaleringsfunctie. De belastingdienst van de andere lidstaat zal in deze gevallen het bedrag dat als rente moet worden aangemerkt alleen via een nader onderzoek kunnen vaststellen. Daarbij kan dan tevens een oordeel worden gevormd over de behandeling van de kosten.
Gelet op de bijzondere aard van de hier bedoelde rentebetaling zijn er geen overwegende bezwaren indien het nettobedrag wordt gerenseigneerd, dus de verkoopopbrengst verminderd met het bedrag van de in rekening gebrachte kosten. Uiteraard dient bij alle andere rentebetalingen als bedoeld in de artikelen 4a en 4b van de WIB te worden uitgegaan van het brutobedrag van de rente.
Artikel 3
Begrip rentebetaling; netto of bruto
Onderdeel van Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen, home country rule, begrip rentebetaling· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 31 augustus 2007