1. 1. Voor de toepassing van:
  2. 2. De artikelen 1, onder h, 4, derde lid, 4a, 4b, 4c, 6b, 6c, 7a, 15a, 17a, 24a, 24b, 31a, 31b, 32a, 33a, 33b, 35, 35a, 35b, 35c, 35d, 36 en 46 zijn niet van toepassing.
  3. 3. De verwerkingsverantwoordelijke treft passende technische en organisatorische maatregelen om politiegegevens te beveiligen tegen onbedoelde of onrechtmatige vernietiging, tegen wijziging, ongeoorloofde mededeling of toegang, met name indien de verwerking verzending van gegevens via een netwerk of beschikbaarstelling via directe geautomatiseerde toegang omvat, en tegen alle andere vormen van onrechtmatige verwerking, waarbij met name rekening wordt gehouden met de risico’s van de verwerking en de aard van de te beschermen gegevens. Deze maatregelen garanderen, rekening houdend met de stand van de techniek en de kosten van de tenuitvoerlegging, een passend beveiligingsniveau, gelet op de risico’s van de verwerking en de aard van de politiegegevens.
  4. 4. De artikelen 14, eerste, tweede, derde en vijfde lid, 39 en 40 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES zijn van overeenkomstige toepassing.
  5. 5. De verwerkingsverantwoordelijke meldt de privacyfunctionaris, bedoeld in artikel 34, eerste lid, aan bij de Commissie van toezicht bescherming persoonsgegevens BES.