Het gaat blijkens de regeling uitsluitend om gevallen waarin twijfel bestaat omtrent de daadwerkelijke identiteit of nationaliteit van de vreemdeling. Zij worden gedurende een periode van twee maanden door de IND in de gelegenheid gesteld de juiste gegevens alsnog naar voren te brengen. Op deze wijze kan op basis van de juiste identiteits- en nationaliteitsgegevens een verblijfsdocument worden verleend.
Aan vreemdelingen die in verschillende procedures verschillende identiteiten of nationaliteiten hebben opgegeven, waarvan in rechte is vastgesteld dat hieraan geen geloof kan worden gehecht, wordt geen verblijf op grond van de regeling verleend. Zij vallen daarmee per definitie buiten het bereik van de regeling.
Van de hier geboden mogelijkheid kan door de vreemdeling slechts gebruik worden gemaakt zolang nog geen verblijfsdocument op grond van de regeling is verstrekt. Een vreemdeling van wie de gegevens op grond van de regeling zijn gewijzigd of die inmiddels van een verblijfsdocument is voorzien, komt derhalve niet (meer) in aanmerking voor de in de regeling geboden mogelijkheid om ten overstaan van de IND zijn juiste identiteits- of nationaliteitgegevens naar voren te brengen.
Deze circulaire is evenmin van toepassing op verzoeken van een ingeschrevene in de GBA om correctie van zijn (identiteits-)gegevens, indien dit een vreemdeling betreft die niet onder de werking van de regeling valt.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Artikel 2
Op welke vreemdelingen heeft deze circulaire betrekking?
Onderdeel van Circulaire gevolgen regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 3 september 2007