Om de verschillen in btw-heffing over de levering van tandtechnische werken die niet in Nederland zijn geproduceerd te matigen, is een goedkeuring getroffen voor de invoer en intracommunautaire verwerving van tandtechnische werken. Deze goedkeuring houdt in dat de heffing van omzetbelasting bij de invoer en intracommunautaire verwerving van tandtechnische werken beperkt blijft tot het verlaagde btw-tarief.
Deze goedkeuring trek ik in met ingang van 1 januari 2008, omdat de btw-richtlijn een dergelijke goedkeuring niet toestaat en de Europese Commissie Nederland daarop gewezen heeft.
In de wet is de levering van tandprothesen1Tandprothesen zijn tandtechnische werkstukken die voor individuele patiënten zijn vervaardigd aan de hand van gipsmodellen, wasafdrukken en dergelijke. Voorbeelden van tandprothesen zijn: (gedeeltelijke) prothesen, stifttanden, kronen en bruggen. Artikelen die worden gebruikt bij de vervaardiging vormen geen tandprothesen. Het gaat hier bijvoorbeeld om: volle tanden, gegoten tinnen staafjes voor het verzwaren en stabiliseren van gebitten, staafjes van roestvrij staal ter versterking van gebitten met een plaat van gevulkaniseerd rubber en allerlei andere artikelen (huizen, ringen, stiften, haken, oogjes, enz.). zonder meer vrijgesteld (artikel 11, lid 1, onderdeel g, onder 1°, van de wet). De wet is hiermee ruimer dan de corresponderende vrijstelling in de btw-richtlijn (zie artikel 132, eerste lid, onderdeel e, van de btw-richtlijn). De wetgever heeft voorgesteld deze tekst per 1 januari 2008 aan te passen aan de btw-richtlijn waardoor alleen nog de levering van tandprothesen door tandartsen en tandtechnici vrijgesteld zijn van btw. De vrijstelling voor de levering van tandprothesen houdt in dat de leverancier geen aftrek van voorbelasting heeft voor de levering van de tandprothesen. Dit geldt ook in het geval dat tandprothesen door tandartsen of tandtechnici worden geleverd aan buiten Nederland gevestigde tandtechnici en tandartsen. Ik verwijs in het bijzonder naar de rechtsoverwegingen 41 en 42 van het arrest van het Hof van Justitie van 7 december 2006, in zaak C-240/05 (Eurodental). Enkele lidstaten van de EU hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de leveringen van tandprothesen te blijven belasten met btw (zie artikel 370 en bijlage X, deel A, van de btw-richtlijn). In het Besluit van 25 augustus 1999, nr. VB 99/1717, is goedgekeurd dat het nultarief (met recht op vooraftrek) wordt toegepast ingeval de tandprothesen vanuit Nederland worden verzonden of vervoerd naar een lidstaat die deze overgangsregeling toepast. Gelet op het hiervoor genoemde arrest trek ik deze goedkeuring in met ingang van 1 januari 2008.
Artikel 5
Heffing van omzetbelasting bij levering en invoer van tandtechnische werken
Onderdeel van Omzetbelasting, heffing van omzetbelasting bij invoer· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 24 november 2007