- **1.** De migrerende beroepsbeoefenaar die op grond van hoofdstuk 2 of hoofdstuk 3 erkenning van beroepskwalificaties heeft verkregen respectievelijk is toegelaten als dienstverrichter, of die een Europese beroepskaart heeft verkregen met het oog op beroepsuitoefening in Nederland, beschikt over de talenkennis die voor de uitoefening van het desbetreffende gereglementeerde beroep is vereist.
- **2.** Onze Minister die het aangaat kan besluiten de talenkennis, bedoeld in het eerste lid, te controleren:
- - **a.** bij gereglementeerde beroepen met implicaties voor patiëntveiligheid;
- - **b.** bij de overige gereglementeerde beroepen, in geval van ernstige en concrete twijfel.
- **3.** De taalcontrole is evenredig aan de uit te oefenen beroepswerkzaamheden en beperkt zich tot de kennis van één officiële taal in Nederland.
Hoofdstuk 4
Artikel 31 Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties
Talenkennis
Onderdeel van Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 26 augustus 2021
Bewaren kan ook zonder account
Houd art. 31 bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon