Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 31

Talenkennis

Onderdeel van Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 26 augustus 2021

1. De migrerende beroepsbeoefenaar die op grond van hoofdstuk 2 of hoofdstuk 3 erkenning van beroepskwalificaties heeft verkregen respectievelijk is toegelaten als dienstverrichter, of die een Europese beroepskaart heeft verkregen met het oog op beroepsuitoefening in Nederland, beschikt over de talenkennis die voor de uitoefening van het desbetreffende gereglementeerde beroep is vereist. 2. Onze Minister die het aangaat kan besluiten de talenkennis, bedoeld in het eerste lid, te controleren: bij gereglementeerde beroepen met implicaties voor patiëntveiligheid; bij de overige gereglementeerde beroepen, in geval van ernstige en concrete twijfel. 3. De taalcontrole is evenredig aan de uit te oefenen beroepswerkzaamheden en beperkt zich tot de kennis van één officiële taal in Nederland.

Rechtspraak bij dit artikel