Ongeoorloofde afwezigheid als bedoeld in dit hoofdstuk is het gevolg van het zich onttrekken van een jeugdige aan de tenuitvoerlegging op één van de navolgende wijzen:
het zonder toestemming verlaten van de inrichting of het tot de inrichting behorende terrein;
het zonder toestemming verlaten van de instelling waarnaar de jeugdige is overgebracht op grond van artikel 12, achtste lid, of artikel 48, derde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
het zich onttrekken aan het toezicht tijdens vervoer;
het zich onttrekken aan het toezicht tijdens enige vorm van begeleid verlof of ander verblijf buiten de inrichting onder begeleiding;
het zich niet tijdig op de afgesproken plaats bevinden of daar terugkeren na of tijdens enige vorm van onbegeleid verlof, deelname aan een scholings- en trainingsprogramma of ander toegestaan verblijf buiten de inrichting zonder begeleiding.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1
Artikel 4.2
Ontstaan ongeoorloofde afwezigheid
Onderdeel van Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 17 juli 2011