De verantwoordelijkheid voor de in de paragrafen 2 en 3 bedoelde meldingen en inlichtingen bij ongeoorloofde afwezigheid berust bij de directeur van de inrichting vanwaar de jeugdige zich heeft onttrokken. In de gevallen waarin de jeugdige zich met toestemming buiten de inrichting bevond op het moment van zijn onttrekking, bedoeld in artikel 4.2, onder b tot en met e, berust die verantwoordelijkheid bij de directeur van de inrichting waar de jeugdige staat ingeschreven.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1
Artikel 4.3
Verantwoordelijkheid voor de meldingen bij ongeoorloofde afwezigheid
Onderdeel van Regeling melding ongeoorloofde afwezigheid· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 6 februari 2008