Ten einde de goede werking van de douanewetgeving te waarborgen, kunnen bij regeling van Onze Minister van Financiën bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot:
de formaliteiten voorafgaand aan en aangaande het binnenbrengen in en het verlaten van het douanegebied van schepen en luchtvaartuigen en de aan boord van deze schepen en luchtvaartuigen aanwezige goederen;
douanekantoren;
toeristisch en reizigersverkeer, postverkeer en verkeer van te verwaarlozen economisch belang;
goederen en vervoermiddelen als bedoeld in artikel 137 van het Douanewetboek van de Unie;
de summiere aangifte, dan wel vervangende kennisgeving, de kennisgeving van aankomst en het aanbrengen;
tijdelijke opslag;
de douaneaangifte, mede ten dienste van de statistiek van de in-, uit- en wederuitvoer;
goederencontrole en verificatie;
identificatiemaatregelen, middelen daaronder begrepen;
zekerheid;
de voorwaarden die gelden bij de overdracht van rechten en plichten als bedoeld in artikel 218 van het Douanewetboek van de Unie;
vereenvoudigde procedures inzake Uniedouanevervoer;
de summiere aangifte bij uitgaan dan wel kennisgeving wederuitvoer;
de berekeningswijze van de kredietrente, de vertragingsrente en de rente op achterstallen.
Artikelen XV en XVI van Stb. 2016/163 bevatten overgangsrecht
m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 2.1
Artikel 2:1
Artikel 2:1
Onderdeel van Algemene douanewet· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2016