Het lidmaatschap van de commissie eindigt op de dag met ingang waarvan:
- - **a.** het lidmaatschap van de Kamer van het betrokken commissielid eindigt en dit lidmaatschap niet terstond opnieuw aanvangt;
- - **b.** het lid van de commissie door de commissie als getuige of deskundige wordt gehoord;
- - **c.** de enquête door de Kamer wordt beëindigd of
- - **d.** het lid van de commissie, al dan niet op zijn verzoek, door de Kamer in zijn hoedanigheid van lid van de commissie wordt ontslagen.