Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Nieuwe voorziening voor het woon–werkverkeer

Onderdeel van Nieuwe voorziening woon–werkverkeer· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2008

In de nieuwe voorziening voor het woon–werkverkeer worden, naast de bestaande mogelijkheid van het vergoeden en verstrekken van openbaar vervoerbewijzen, ter vervanging van de (uit 2003 daterende) tabelbedragen en de daarvan afgeleide procentuele vergoedingen voor het gebruik van eigen vervoer, een hoge (€ 0,15) en een lage (€ 0,05) kilometervergoeding geïntroduceerd. De ambtenaar kan de keuze om het gebruik van openbaar vervoer te wijzigen in het gebruik van eigen vervoer tussentijds slechts doen als dat (conform de bestaande praktijk) past binnen de voorwaarden van de aanbieders van de openbaar vervoerbewijzen. De hoge kilometervergoeding is bedoeld voor situaties waarin de plaats van tewerkstelling niet doelmatig per openbaar vervoer is te bereiken en voor situaties waarin de volledige afstand woning–werk per fiets wordt afgelegd. Deze vergoeding is gebaseerd op het gemiddelde NS-kilometertarief voor de 2e klasse. Om praktische redenen is afgezien van de mogelijkheid de hoge kilometervergoeding voor elk woon–werktraject afzonderlijk te maximeren op de prijs van een voor dat traject geldende jaartrajectkaart. De hoge kilometervergoeding wordt eenmaal per kalenderjaar aangepast met hetzelfde percentage of (bij meerdere prijswijzigingen in een jaar) met dezelfde percentages waarmee de prijs van een OV-jaarkaart 2e klasse van de NS wordt aangepast. De uitkomst van de jaarlijkse aanpassing van de hoge kilometervergoeding zal rekenkundig worden afgerond op hele centen. De lage kilometervergoeding is bedoeld voor situaties waarin de plaats van tewerkstelling wel doelmatig per openbaar vervoer is te bereiken, maar de ambtenaar om persoonlijke redenen kiest voor eigen vervoer. Deze vergoeding bedraagt een derde deel van de hoge kilometervergoeding. De uitkomst van de berekening van de lage kilometervergoeding wordt rekenkundig afgerond op hele centen. De maandelijkse tegemoetkoming zal worden berekend aan de hand van een formule (zie onderdeel 4.5.1). Langs geautomatiseerde weg zal de afstand in kilometers vastgesteld worden (zie 4.4). In de IKAP-regeling rijkspersoneel zal de mogelijkheid worden opgenomen om in ruil voor vrije tijd (vakantieaanspraak of meer gewerkte uren) een belastingvrije vergoeding te ontvangen tot maximaal de fiscale ruimte. De fiscale ruimte bestaat uit het positieve verschil tussen de maximale belastingvrije vergoeding van € 0,19 per kilometer en de, eventueel na saldering met kilometers voor dienstreizen, daadwerkelijk belastingvrij ontvangen kilometervergoeding. Er is uitgegaan van vrije tijd als bron voor deze belastingvrije vergoeding omdat het inzetten van een financiële bron (bijv. een deel van het salaris) op grond van de ter zake geldende fiscale bepalingen leidt tot verlaging van de pensioengrondslag, wat als ongewenst wordt beschouwd. Bij deze circulaire is een overzicht gevoegd dat een indicatie geeft van de uitwerking van deze keuzemogelijkheid (bijlage 1). Omdat invoering in de loop van dit jaar tot aanzienlijke uitvoeringsproblemen en rechtsongelijkheid kan leiden, zal deze mogelijkheid naar verwacht wordt niet eerder dan op 1 januari 2009 kunnen worden ingevoerd. De in de Verplaatsingskostenregeling 1989 opgenomen vergoeding van € 91 per jaar voor de ambtenaar die geen gebruik maakt van openbaar vervoer om naar het NS-station te reizen, die was gebaseerd op een inmiddels niet meer van toepassing zijnde fiscale bepaling, vervalt met ingang van 1 januari 2009. Voor het traject van de woning naar het vertrekpunt van het openbaar vervoer en voor het traject van het punt van aankomst van dat vervoer naar de plaats van tewerkstelling wordt geen vergoeding meer verstrekt als dat traject met eigen vervoer wordt afgelegd. In plaats daarvan komt er een vergoeding voor aantoonbare stallingkosten bij gebruik van de fiets aan één of aan beide kanten van het openbaar vervoertraject. Het maximumbedrag van die vergoeding wordt jaarlijks aangepast op basis van de CBS-prijsindex. Omdat de hiervoor bedoelde kilometervergoedingen belastingvrij kunnen worden verstrekt en saldering voor die vergoedingen daarom niet meer nodig is, kan de tekst over de salderingsregeling uit (artikel 13a van) de Verplaatsingskostenregeling 1989 worden verwijderd. Met nadruk wordt erop gewezen dat het hier gaat om het schrappen van een per 1 juli ontstane dode letter en dat de salderingsregeling op zich niet wijzigt. Dit houdt in dat voor fiscaal bovenmatige vergoedingen voor dienstreizen die op grond van (artikel 4a van) de Reisregeling binnenland en (artikel 2a van) de Reisregeling buitenland worden toegekend de mogelijkheid van saldering met kilometervergoedingen die voor het woon–werkverkeer zijn verstrekt gewoon blijft bestaan. De vergoeding voor aantoonbaar gemaakte stallingkosten kan belastingvrij worden verstrekt. Hierop is de salderingsregeling niet van toepassing. Tot slot vervalt met ingang van 1 januari 2009 de verhuiskosten-vergoeding van € 1361,34. Deze vergoeding diende destijds ter compensatie van het verlies van de aanspraak op een tegemoetkoming in de dagelijkse kosten van het reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling voor afstanden tot 10 kilometer enkele reis. Bij de wijziging van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 c.a. per 1 januari 2004 verviel de eigen bijdrage in de kosten van het woon–werkverkeer en bestond met ingang van die datum ook aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten voor enkele reisafstanden tussen 0 en 10 kilometer. Op dat moment had de vorenbedoelde verhuiskostenvergoeding geen bestaansrecht meer.

Rechtspraak bij dit artikel