1. 1. De accountantskamer heeft een voorzitter, ten hoogste veertien leden en een secretaris.
  2. 2. De accountantskamer heeft ten hoogste dertig plaatsvervangende leden.
  3. 3. De accountantskamer kan een of meer plaatsvervangend-secretarissen hebben.
  4. 4. De voorzitter van de accountantskamer kan personen als bedoeld in artikel 12, tweede lid, eerste volzin, aanwijzen als plaatsvervangend voorzitter.