**1.** In afwijking van artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van het ARAR en artikel 2, onderdeel g, van het BBRA en de op het ARAR en het BBRA berustende bepalingen wordt verstaan onder volledige arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld 38 uur per week omvat.
**2.** In afwijking van artikel 4, eerste lid, onderdeel d, van het ARAR en artikel 2, onderdeel h van het BBRA en de op het ARAR en het BBRA berustende bepalingen wordt verstaan onder arbeidsduurfactor: een breuk, waarvan de teller bestaat uit de voor de ambtenaar vastgestelde arbeidsduur en de noemer uit het getal 38.
**3.** In afwijking van artikel 21, tweede lid, van het ARAR bedraagt de arbeidsduur voor het personeel van een kamer gemiddeld ten hoogste 38 uur per week.
**4.** In afwijking van artikel 21, derde lid, van het ARAR bedraagt het aantal te werken uren voor het personeel van een kamer per jaar: het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, genoemd in artikel 21, zevende lid, onder a, van het ARAR, in dat jaar, vermenigvuldigd met 7,6 en vervolgens vermenigvuldigd met de voor het desbetreffende personeelslid geldende arbeidsduurfactor.
**5.** Voor de toepassing van artikel 21a, eerste lid, van het ARAR wordt voor «36 uur» gelezen: 38 uur.
**6.** Voor de toepassing van artikel 4 van de IKAP-regeling rijkspersoneel wordt voor «36 uur» gelezen: 38 uur.
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Rechtspositiebesluit Kamers van Koophandel· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009