**1.** In afwijking van artikel 22, vierde lid, van het ARAR bedraagt de aanspraak op vakantie voor het personeel van een kamer met een volledige werktijd 174,8 uur en wordt onder volledige werktijd verstaan een werktijd welke gemiddeld 38 werkuren per week omvat.
**2.** In afwijking van artikel 22, vijfde lid, van het ARAR bedragen de op grond van dat lid geldende aanspraken voor het personeel van een kamer: 7,6 uren, 15,2 uren, 22,8 uren respectievelijk 30,4 uren.
**3.** Voor de toepassing van artikel 22, dertiende lid, van het ARAR wordt voor «144 uur» gelezen: 152 uur.
**4.** Voor de toepassing van artikel 22, zestiende lid, van het ARAR wordt voor «108» uur gelezen: 114 uur.
**5.** Voor de toepassing van artikel 23, tweede lid, van het ARAR wordt voor «108 uur» respectievelijk «72 uur» gelezen: 114 uur en 76 uur.
**6.** Voor de toepassing van artikel 23, derde lid, van het ARAR wordt voor «57,6 uren» gelezen: 60,8 uren.
**7.** Voor de toepassing van de artikelen 4 en 5 van de IKAP-regeling rijkspersoneel wordt voor «80 uur» respectievelijk «144 uur» gelezen: 84,4 uur en 152 uur.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Rechtspositiebesluit Kamers van Koophandel· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009