Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Titel 2.6 › Afdeling 2.6.1

Artikel 2.146

Artikel 2.146

Onderdeel van Mediawet 2008· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2017

De rijksmediabijdrage en de inkomsten van de Ster dienen ter bestrijding van de kosten verbonden aan: de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op landelijk niveau volgens afdeling 2.6.2; de bekostiging van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau volgens afdeling 2.6.5; het Europese media-aanbod, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel e; het Stimuleringsfonds voor de journalistiek, genoemd in artikel 8.1; de Raad voor cultuur, voor zover samenhangend met de advisering over radio, televisie, pers en andere vormen van massacommunicatie, tot een door Onze Minister te bepalen bedrag; het Commissariaat; door Onze Minister bekostigd onderzoek in het belang van de massacommunicatie; vervallen; vergoedingen aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van omroeporkesten en omroepkoren; vergoedingen aan een door Onze Minister aangewezen instelling voor het in stand houden en exploiteren van een media-archief; dit onderdeel is nog niet in werking getreden; het door Onze Minister aangewezen overlegorgaan van lokale publieke media-instellingen; en bijdragen voor de verzorging van media-aanbod van regionale en lokale publieke mediadiensten dat gericht is op minderheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel