**1.** De NPO dient jaarlijks vóór 15 september een begroting voor de landelijke publieke mediadienst in bij Onze Minister en het Commissariaat.
**2.** De begroting bevat in elk geval:
een beschrijving van de wijze waarop door de NPO en de landelijke publieke media-instellingen invulling wordt gegeven aan het voorgenomen media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen, met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens deze wet;
een overzicht van aard en aantal van de aanbodkanalen;
de financiële middelen die voor het volgende kalenderjaar nodig zijn om de voornemens met betrekking tot de landelijke publieke mediadienst te verwezenlijken en een raming voor de daarop volgende vier jaar;
een toelichting op de onderscheiden onderdelen en begrotingsposten; en
een beschrijving van de samenwerking met de regionale en lokale publieke media-instellingen en anderen.
**3.** De financiële middelen worden als volgt onderverdeeld:
de financiële middelen voor de verzorging van het media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen;
de eigen inkomsten van de omroeporganisaties, de NOS en de NTR, die gebruikt moeten worden voor de verzorging van het media-aanbod;
de financiële middelen voor het verspreiden van het media-aanbod op de verschillende aanbodkanalen; en
de financiële middelen voor de uitvoering van de taken en werkzaamheden van de NPO.
Artikel III van Stb. 2013/454 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Hoofdstuk 2 › Titel 2.6 › Afdeling 2.6.2 › Paragraaf 2.6.2.1
Artikel 2.147
Artikel 2.147
Onderdeel van Mediawet 2008· Cultureel recht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014